Tot ver in de 20ste eeuw was de winkel van apotheker Wijnand van der Meulen werkplaats en winkel tegelijk. In die kleine ruimte moest hij infusen koken, pillen draaien, zetpillen gieten, zalven maken en patiënten ontvangen. De patiënt leverde zijn recept af door een poortje in de glazen afscheiding van de recepteertafel. De verwerkte recepten werden aan een ijzerdraad geregen, die met een kurk aan de onderkant werd afgesloten. Ze hingen in rijen aan de balken waar ze krachtens de wet van 1865 twintig jaar moesten worden bewaard. En als de arts dan de patiënt een recept meegaf voor een herhaling van wat hij eerder had voorgeschreven, dan was het flink zoeken. Deze manier van bewaren van recepten, zou nog tot ver in de 20ste eeuw doorgaan. De isolatie van insuline in 1922 en die van penicilline in 1928 waren de grootste doorbraak aan het begin van de 20ste eeuw.
Direct na aankoop van de apotheek in 1875 liet Wijnand van der Meulen de onderpui vernieuwen. De winkeldeur op de hoek werd verplaatst naar de kant van de Geldersekade, waarvoor een groot pothuis moest wijken. In de kozijnen kwamen T-ramen in plaats van de oorspronkelijke roede-indeling. In de zijgevel van het huis kwam een aparte toegang tot de bovenwoning, die tot dan alleen via de winkel bereikbaar was. Ook het apotheekinterieur werd vernieuwd. In grote lijnen ziet het er nu nog steeds zo uit. Een enigszins rond lopende opstand met plankjes, gescheiden door pilaartjes met aan de bovenkant een kapiteel met acanthusblad. Het geheel afgedekt met een koof, versierd met vergulde ‘kralen’. Onder de opstand ladekastjes voor de kruiden met porseleinen naamplaatjes. De opstand is geschilderd in Berlijns blauw, de pilaartjes in okergeel en de kastjes en laden in Bentheimer grijs. Oorspronkelijk lagen er wit marmeren tegels op de vloer. Deze is rond 1920 vervangen door een granito vloer.
Voor de ingang staat apotheker Wijnand van der Meulen met op zijn hoofd een zwart laken kalotje. Achter hem de apothekersassistenten. De loopjongen op de stoep draagt een bezorgtrommel met daarop de firmanaam geschilderd. Glashandel J.B. Delius sinds 1840 op Geldersekade 20 verkocht deze trommels, aan twee kanten te openen en voorzien van tien afdelingen, voor zes gulden. De vrouw die naar de apotheek snelt is waarschijnlijk Siet Harders, de vrouw van Van der Meulen, die hem in 1907 zou opvolgen. Op het raam een reclame van Utermöhlen Verbandstoffen. Boven het pothuis aan de kant van de Stormsteeg, zijn achter het raam de 19de eeuwse wit porseleinen zalfpotten te zien, die er nu ruim honderd jaar later nog staan.
Ook het apotheekinterieur werd vernieuwd. In grote lijnen ziet het er nu nog steeds zo uit. Een enigszins rond lopende opstand met plankjes, gescheiden door pilaartjes met aan de bovenkant een kapiteel met acanthusblad. Het geheel afgedekt met een koof, versierd met vergulde ‘kralen’. Onder de opstand ladekastjes voor de kruiden met porseleinen naamplaatjes. De opstand is geschilderd in Berlijns blauw, de pilaartjes in okergeel en de kastjes en laden in Bentheimer grijs. Oorspronkelijk lagen er wit marmeren tegels op de vloer. Vooraan in de opstand staan drie grote 19de eeuwse opstandflessen van Boheems Kristalglas, met ingebrande geëmailleerde schilden met zwart schrift en gouden rand. Hierin zaten stoffen waar nog heel lang regelmatig vraag naar was en die in een puntzak of vouwdoos per half pond verkocht werden. Sulfas Magnesicus ofwel Sal Anglicum, Engels zout of bitterzout genoemd. Bicarbonas Natricus, ofwel dubbelkoolzure soda of zuiveringzout en Carbonas Magnesicus. Alle drie werden ze gebruikt bij maagklachten.
In de tien jaar volgend op de aankoop van zijn apotheek kreeg Wijnand van der Meulen in zijn privé-leven zware klappen te verwerken. In 1878 vertrok zijn oudste zoon Jacob, net 18 jaar, als kina-agent naar La Paz in Bolivia. Hij zou nooit meer terugkomen. Een jaar later overlijdt zijn jongste zoon, slechts 5 jaar oud. In 1882 overlijdt zijn vrouw Paulina Pieterse. Tenslotte overlijdt in 1888 zijn middelste zoon, ook een Wijnand Hendrik, die voorbestemd was om zijn vader op te volgen. Hij had zijn apothekersdiploma al op zak. In 1885, hij is dan 61, hertrouwt hij met de 26-jarige Siet Harders, dochter van een koperslager uit de Anjelierstraat, die twee huizen verderop in dienst was bij de firma E. Fischel, ‘In Photografische Artikelen’.
Ondanks alle tegenslag begon Wijnand van der Meulen in 1893 opnieuw aan een verbouwing. Hij liet het huis verbouwen naar de stijl van die tijd. De eind 18de eeuwse halsgevel ging eraf en er kwamen twee verdiepingen bovenop. De smalle hoge ruimte van het voorhuis (de winkel) bleef zoals het oorspronkelijk was, in de diepte halverwege gescheiden door een binnenpui met raam. Daarachter twee lagere ruimten boven elkaar: het onderhuis en de opkamer. In de opkamer was de salon en in het onderhuis was de woonkamer met bedstee en het iets lager gelegen keukentje. Het huisnummer veranderde pas in 1932 van Stormsteeg 4 in Geldersekade 84A.
Met het op de markt komen van de eerste verpakte merkgeneesmiddelen aan het eind van de 19de eeuw brak er voor de apothekers, die tot dan toe alles zelf bereidden, een moeilijke tijd aan. Men zag in die ontwikkeling een grote bedreiging voor het tot dan toe ambachtelijke vak. Voorlopig pasten de merkgeneesmiddelen nog in een klein kastje, maar het zou niet lang meer duren voordat de opstandflessen met kruiden en chemicaliën in de schappen het veld moesten ruimen. De vrijgekomen plankjes werden gevuld met artikelen als Abdijwijn tegen hoest, Sanatogen ‘om het zwakke lichaam nieuwe sterkte te geven en slappe zenuwen nieuwe veerkracht’, Scott’s Emulsion, een zuivere levertraan, Pink Pillen ‘die het bloed verrijken en regelmaat brengen in de fijngevoelige functies van de vrouw', Mijnhardt’s Zenuwtabletten, Norit tegen schadelijke bacteriën in het lichaam, Formamint tabletten ‘door meer dan 10.000 artsen aanbevolen als voorbehoedmiddel tegen influenza, roodvonk en diphteritis' .
De apotheek na de verbouwing van de onderpui. Plm.1895. Fotograaf onbekend.
Detail van het apotheekinterieur. Boven de trap een zaagvistand, ooit uithangteken van een apotheek en op de kast een kaaiman.
Interieur apotheek met National Kassa. 1986
Wijnand Hendrik van der Meulen (1824 - 1907). Olieverf A. van Doorn Jr. omstreeks 1885.
Schilderijtje van Apotheek W.H. v.d. Meulen, gemaakt in opdracht van de naamgever door A. van Daalen. Omstreeks 1875.
Het uitzicht van apotheker Wijnand v.d. Meulen en zijn personeel op de Binnenbantammerbrug met in het verlengde de Binnenbantammerstraat. Stereofoto S. Herz, omstreeks 1890. Stadsarchief Amsterdam
Elke avond na het eten een lepel levertraan was in de eerste helft van de 20ste eeuw voor de meeste kinderen heel nuttig, vooral in de donkere wintermaanden. Een tekort aan vitamine D, wat het gevolg was van te weinig licht, leidde niet zelden tot de beruchte Engelse Ziekte ofwel Rachitis. Vitamine D is nodig voor botvorming en voor verharding van het beenmergstelsel. De Engelse Ziekte veroorzaakte een vervorming van de botten, zo ontstonden de beruchte o-benen. Na de oorlog werd het toevoegen van vit A en D in margarine verplicht. Door deze maatregel verdween de Engelse ziekte uit onze samenleving.
Etiket uit de jaren dertig van de vorige eeuw
Etiketje plm. 1900
Sluitzegel
Gipsen reclamefiguurtje van Aspirine Bayer. Circa 1920
Elke apotheek had een vergifregister waarin de giftige stoffen die in de handverkoop werden afgeleverd werden geregistreerd, met naam en adres van de koper en de vermelding waarvoor het bestemd was. Het vergifregister van deze apotheek begint in 1914. Hier volgen een paar voorbeelden uit het register: Acidum Arsenicosum (rattenkruid) als rattenverdelger, maar ook voor het prepareren van bont, Nitras Argenticum (zilvernitraat) voor haarbewerking, maar ook voor inktbereiding. Sublimaatpastilles niet alleen ter desinfectie bij een bevalling, maar ook ter bestrijding van bladluizen op hyacinthen. Loodsuiker om onzichtbaar te schrijven. Kwik voor het aanvullen van kwikpotjes in de orgels van de omringende café’s. Salpeterzuur om ijzer te etsen en voor haarbewerking. Formaldehyde oplossing om reebokpootjes te conserveren of om algen te doden of om papier te marmeren. Kalium permanganaat voor het kleuren van ivoor.