Home 1 2      
winkelstories * * * * * auteur & copyright: els van wageningen email [email protected] * * * * * webdesign: wynneconsult email [email protected]
hoofdartikel (2)

Ewald Holzhaus vertelt

‘Een van de zonen van de oprichter Ferdinand Holzhaus jr, wij noemden hem oom Ferry, begon een eigen zaak in de Generaal Cronjéstraat in Haarlem. Die zaak bestaat nog steeds onder de naam ‘Ferd. Holzhaus’ maar is niet meer in beheer van de familie. Het verhaal gaat dat hij destijds reklamefolders stuurde aan bedrijven met de vermelding: ”Een onzer vertegenwoordigers zal u dezer dagen komen bezoeken”. Dat was hij dan zelf, want hij had nog geen personeel. Zijn broer Walther Holzhaus was huisarts in Amsterdam en overtuigd socialist. Hij was ‘engeltjesmaker’ d.w.z. hij aborteerde gratis doodarme meisjes en belandde daarvoor nog in de gevangenis. Mijn vader Arthur, roomser dan de paus, verbrak om die reden de familierelatie met zijn broer Walther. Ikzelf heb hem maar één keer ontmoet, een vriendelijke oude man met een kolossale baard à la Karl Marx. Han en Blanche waren ‘fout’ in de oorlog. Mijn vader was niet alleen anti-militarist maar ook fel anti Duits. Hoe die zakelijke relatie stand heeft kunnen houden is voor mij nog steeds een raadsel. Daar werd na de oorlog nooit meer over gesproken. Ik herinner me van oude foto’s een vestiging Holzhaus in de Kalverstraat (op de nrs 38 en 188). Deze twee winkels met galanterieën en lederwaren werden waarschijnlijk gesticht door Leonard (Leo) Holzhaus, broer van opa ”de mof”. In 1912 leende mijn grootvader 12.000 gulden van Leo’s weduwe Adelheid om het pand Haarlemmerdijk 109 te kopen, dus er zat wel geld in die tak van de familie.

Nieuwe trends

‘Zelf was ik de bedenker van een nieuwe trend: op bedrijfskleding geïnspireerde mode. De vakkleding werd per traditie gefabriceerd in korte hoekige maten. Ik liet de overalls fabriceren in lange slanke modellen. Ze kwamen in wit katoen van de fabrikant en ik liet ze inverven in de modekleuren van het seizoen. Duizenden stuks vonden vanuit mijn groothandel, via boetieks, hun weg naar de consument. Een groot succes waren ook de gemoltonneerde borstrokken met linnen knoopjes. Die waren zo groot en plomp dat je niet wist wat je ermee aan moest. Ze hoorden bij dito ouderwetse gemoltonneerde onderbroeken waarvan de band tot aan je oksels reikte. Ze kwamen uit het oostblok, het toenmalige Tsjecho- Slowakije. Ik had een dozijn van die borstrokken ingeverfd en ze waren al verkocht nog voordat ze droog waren. De importeur, Woudstra, kon ze alleen in beperkt quota bestellen van 8000 stuks. Ik vroeg of het alleen borstrokken mochten zijn. Dat kon. Hoeveel ik er wilde hebben? ”Achtduizend” zei ik. Ik kwam eraan tekort’.

Klettervesten

‘Zo traditioneel als de beoogde beroepsgroep waren ook de modellen van de manchester werkmansjasjes. Ouderwets en al generaties lang gemaakt voor kleine pezige zwoegers. Dat signaleerde ik als ik studenten en middelbare scholieren in de winkel deze ”klettervesten” zag passen. Tot grote hilariteit strekten zij daarbij hun armen naar voren tot de zoom van de mouwen ergens tussen pols en elleboog bleef steken. Ze hadden gehoord over Mao en Che, dus wilden zij zich identificeren met de verworpenen der aarde, maar dan hoef je nog niet voor gek te lopen. Toch? Ik wil niet pretenderen dat ik die trend heb ingeluid, dat deden die lange slungels zelf. Maar ik was wel zo slim om op die behoefte in te haken en ik kreeg de fabrikant zover om vijftig klettervesten voor mij te fabriceren, met aanzienlijk langere mouwen. Het werd een hausse. Nu, na 25 jaar, verkoopt mijn opvolger, Ruud van Doorn, deze aangepaste klettervesten nog vrijwel dagelijks en zeker niet alleen aan werkmensen’.

De toen 49-jarige Ewald Holzhaus, directeur van De Mof van 1970-1990, bij het 100-jarig jubileum in 1985. Coll. Holzhaus

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten