Muiderstraat 14-16                  1011 RB Amsterdam               t: 020 624 1363                     e: [email protected]
Apotheek de Castro
Sinds 1832

In 2007 bestaat Apotheek de Castro 175 jaar. De apotheek dankt haar naam aan Daniël Henriques de Castro (zie aquarel van Jozef Israëls), wiens ouders stamden uit een voornaam Portugees – Joods geslacht. In 1832 opende hij zijn apotheek, in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Een jaar waarin Amsterdam zwaar werd getroffen door een cholera-epidemie. In deze buurt waar het armste deel van de Joodse bevolking woonde, was De Castro een van de felste bestrijders van deze dodelijke ziekte. Hij kreeg hiervoor de zilveren penning van de Cholera-Commissie van Amsterdam. Behalve apotheker was hij glasgraveur en kunstverzamelaar. Voorbeelden van zijn met emblemen uit de joodse riten geëtste drinkglazen, bevinden zich in het Rijksmuseum en het Joods Historisch Museum.

In 1852 kwam Castro’s zoon David in de zaak. Hij zette de tradities van zijn vader voort en was medeoprichter van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Een assistent van De Castro, Bogaerts, vertrok in die tijd naar Indië. Hij was een van de eersten, die inlandse geneesmiddelen in Nederland introduceerde. Zoals de Folia Orthosiphonis, ofwel koemis koetjing, een als diureticum gebruikt gewas van de Soenda-eilanden. Vanuit Apotheek De Castro werden deze gewassen onder de Nederlandse artsen verspreid. In 1896 nam E.M. Vita Israel, een vriend van de De Castro’s, de apotheek over. Ook hij was een Portugese Jood en zoon van een bekende diamanthandelaar en ook hij was kunstverzamelaar. Boven de apotheek had hij stijlkamers ingericht met zijn kunstcollecties. Tot zijn dood in 1941 was Vita Israel onbezoldigd conservator en bestuurslid van het in 1932 opgerichte Joods Historisch Museum. In 1923 werd de apotheek verbouwd en uitgebreid met het pand nr. 16. Desondanks is de apotheek nog steeds klein behuisd. In de oorlogsjaren was de apotheek alleen voor Joodse patiënten toegankelijk. Vita Israels’ opvolger Louis de Haan, probeerde de apotheek zolang mogelijk draaiende te houden.Tenslotte werd ook deze laatste Joodse apotheker gedeporteerd en omgebracht. Het kleine apotheekje heeft alle ellende van de oorlog en de radicale veranderingen in de buurt glansrijk doorstaan. Behalve buurtbewoners en toeristen heeft huidig apotheker Bouke van Beele er ook hele bijzondere patiënten bij. Zoals zeeleeuwen, mensapen en pinguins in het nabijgelegen Artis. Wat zij voorgeschreven krijgen? Dat is beroepsgeheim.

Terug naar homepage