H 1 2 3 4
winkelstories * * * * * auteur & copyright: els van wageningen email [email protected] * * * * * webdesign: wynneconsult email [email protected]
hoofdartikel (3)

Paul Nijhoff en Klaas Groesbeek sluiten vennootschap

In 1893 werd Paul Nijhoff, broer van de Haagse uitgever Wouter Nijhoff, vennoot van Groesbeek. Onder hun gezamenlijke leiding werd de winkel uitgebreid met Rokin 76. Eerst werd daar een nieuw winkelpand gebouwd naar ontwerp van architect Jan Springer. De donkerbruine interieurs van beide winkels aan het Rokin werden ingericht door de kunstenaars Theo Nieuwenhuis en Carel Lion Cachet, die werkzaam waren in de meubelateliers van Wisselingh in de Kalverstraat. In de hoofdafdeling op nr. 74 lagen de boeken in diverse talen op ‘Gebied van Wetenschap, Kunst en Letteren’. Op nr. 76 kwam ‘Een Uitgebreid Magazijn van Prachtwerken, Gravuren, Etsen en Photografien’. De juridische afdeling zat in een apart winkeltje op de Grimburgwal, tegenover de Academische Boekhandel van P.H.Vermeulen op nr. 13. Grote liefdes van Groesbeek waren architectuur en toegepaste kunst. Hij had een immense verzameling foto’s van wereldlijke en kerkelijke gebouwen met kunsthistorische waarde. In 1925 toen Amsterdam 650 jaar bestond bracht Scheltema & Holkema een omvangrijk werk over Amsterdam uit waarin veel van die foto’s uit de collectie van Groesbeek zijn opgenomen. In 1932 vierde Groesbeek zijn vijftigjarig jubileum en niet veel later ging hij met pensioen.

Uitgeverij legt zich toe op wetenschappelijk werk

In de etalages van de vooral door studenten druk bezochte boekhandel op het Rokin lagen boeken van binnen- en buitenlandse uitgeverijen, maar de eigen uitgaven kregen wel extra aandacht in de etalages. De 2e druk van ‘Een Liefde’ van Lodewijk van Deyssel (eerste druk 1887) bijvoorbeeld en de tussen 1894 en 1911 geschreven elf afleveringen van zijn ‘Verzamelde opstellen’. Verder lag er werk van Jan Veth, vooraanstaand publicist op het gebied van beeldende kunsten. Op wetenschappelijk gebied werk van J.H. Fabre, entomoloog, dr. D.G. Jelgersma met o.a. ‘De ontkenning der Moraal’, een wijsgerig-letterkundige studie (1896) en van de broers H. en M. Treub, respectievelijk gynaecoloog en bioloog en van Pieter Zeemans, natuurkundige en later Nobelprijswinnaar. Zij waren in die tijd de meest vooraanstaande publicisten op hun vakgebied. In de jaren vijftig trad Scheltema & Holkema vooral op de voorgrond met een serie belangrijke werken, waaronder ‘Het Derde Rijk en de Joden’ door Leon Poliakow en Josef Wulf en ‘Opmars naar de Galg’ door J.J. Heydecker en J. Leeb. Toch zou Scheltema zich in toenemende mate onttrekken aan de aandacht van het grotere publiek door zich steeds meer te specialiseren op uitgaven van wetenschappelijk werk op medisch terrein. In 1949 ging Nijhoff met pensioen. Hij werd opgevolgd door het duo F.J. Fischer en H.J. van Eijk. De eerste verliet het bedrijf op 1 januari 1953 en werd opgevolgd door mr. F.B. Bakels

Boekhandel verhuist naar Spui 10 A

In 1970 werd Kluwer eigenaar van Scheltema & Holkema en in 1973 van de Academische boekhandel P. H.Vermeulen. Al eerder had Kluwer alle Stam boekhandels in Nederland overgenomen. Halverwege 1975 verhuizen de boekhandels van Rokin en Grimburgwal naar het grotere winkelpand aan het Spui 10 A, waarna de boekhandel verder ging onder de naam Scheltema, Holkema & Vermeulen. Dit ruime hoekpand in neo- renaissance stijl werd in 1892 gebouwd als meubelmagazijn voor de firma H.F. Jansen & Zoon, naar ontwerp van architect Eduard Cuypers. Tien jaar lang was Scheltema, Holkema & Vermeulen hét gezicht van het Spui op de hoek van de Kalverstraat. De zaak groeide langzaam maar zeker uit z’n jasje en toen kwam het pand Koningsplein 20 in beeld.

Klik voor vergroting

Een deel van het interieur van boekhandel Scheltema & Holkema op Rokin 74. Foto Stadsarchief 1975

Klik voor vergroting

Klik voor vergroting

‘Ach ja, het is ook alles wel véél moeilijker geworden dan in mijn jongen tijd. Er is ook veel en veel te veel gekomen, zoodat het eigenlijk niet meer bij te houden is. Ik weet nog goed welk een gebeurtenis het voor ons was als er een nieuwe bundel zou verschijnen van Paul Verlaine of een roman van Frederik van Eeden. Daar zat je dagen naar uit te kijken. Tegenwoordig verdringt helaas het eene boek het andere en daardoor verdwijnen de wezenlijke evenementen. Als boekhandelaarszoon ben ik natuurlijk in het vak opgegroeid, eerst bij mijn vader, daarna in Leipzig, mijn ‘studententijd’, zou ik willen zeggen. Dat beteekende toch wel iets, de kennismaking met menschen als Baedeker, Koehler en Volkmar. Die sfeer om in een werkelijk brandpunt van het boekbedrijf te leven, is beslissend voor je latere jaren. Je houdt er van of niet, één van beide. Ik ben toen naar Holland teruggeaan, heb korten tijd bij Elsevier gewerkt en toen ben ik bij Scheltema & Holkema’s Boekhandel gekomen en dat is nu al veertig jaar geleden. ’t Is niet te gelooven. Mijn belangstelling is er niet minder om geworden, integendeel. Ik geniet nog altijd even veel van het zien van al die nieuwe boeken uit de verschillende talen, die van het Bestelhuis en de Duitsche, de Fransche, de Engelsche. Ook heb ik er direct aan een antiquariaat opgericht. Dat is een heerlijk gebied. Maar je moet er ook op uittrekken naar Engeland, Duitschland, Frankrijk en als je dan zo’n heerlijk mooi boek ziet, en je gaat er van houden, dan weet je zeker, dat je het ook verkóópen kan. Dat is een kwestie van aanvoelen. Daarin vergis je je niet. Onwillekeurig onthoud je er veel van als je ’t eenmaal goed in handen hebt gehad. En dan de antiquariaatscatalogussen – die zijn ook zoo leerzaam om te bestuderen. Handel je alleen in nieuwe boeken, dan ben je afhankelijk van wat de uitgevers je brengen, maar de antiquariaatshandel levert je ware vondsten die tot je kostelijkste herinneringen behooren’. Uit een interview ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van Paul Nijhoff bij Scheltema & Holkema in het ‘Nieuwsblad voor den Boekhandel’,1933

sluiten

sluiten

sluiten