Voor kunsthandelaars en antiquairs is het moeilijk toeven op het Rokin, nu de boel al jaren overhoop ligt vanwege de bouw van de Noord-Zuidlijn. Na bijna een halve eeuw op Rokin 120, verhuisde Premsela & Hamburger in 2000 naar Rokin 98, het voormalige pand van kunsthandelaar Bernard Houthakker. Musea, verzamelaars, toeristen en mensen die objecten willen verkopen behoren tot de internationale veelal vaste klantenkring. Naast antieke en oude juwelen verkoopt Premsela in eigen atelier vervaardigde sieraden. Ook kunt je er terecht voor taxaties en reparaties.
In 1811 koos winkelier Meyer Jacob Praag voor de Burgerlijke Stand de achternaam Premsla. Premsla is een ‘verhollandsing’ van de naam Przemysl, een stadje in het zuidoosten van Polen. Zijn zoon Jacob Meyer Premsela, sloot in 1823 een contract met Jacob Meyer Hamburger. Zij vestigden zich in de Sint Anthoniebreestraat 21. Het slijpen van stenen en glas was hun voornaamste bezigheid. De zaak werd voortgezet door twee zonen van Premsela, David en Jacob Meyer, Hamburger was toen al overleden. Koningin Sophie, de echtgenote van koning Willem III, benoemde de heren omstreeks 1850 tot Hoflapidaires, dan wel officiële edelsteenslijpers. Later ontwikkelden zij zich als verkopers van ‘Soliede Gouden - en Zilveren werken, Horlogiën, Koralen en Gesteenten.’ In 1869 verhuist de winkel naar de Nieuwe Hoogstraat 29 en in 1921 naar een veel groter pand op de hoek van de Nieuwe Hoogstraat en de Kloveniersburgwal 39.
Op last van de Duitse bezetters werd de zaak in maart 1943 gesloten en vervolgens leeggeroofd. Meyer Jacob Premsela en zijn familie overleefden de oorlog niet. Uitgezonderd de oudste dochter Jenny, die met haar echtgenoot Mozes Heiman Gans naar Zwitserland was gevlucht. Samen hebben zij na de oorlog de zaak weer opgebouwd. In 1953 verhuisde de firma naar Rokin 120. Jenny Premsela, firmant en edelsmid, is internationaal expert op het gebied van zilver. M.H. Gans schreef o.a. ‘Juwelen en Mensen. De geschiedenis van het bijou van 1400 – 1900’ en het ‘Memorboek, platenatlas van het leven der joden in Nederland van de Middeleeuwen tot 1940.’ (1971) De andere firmant L.B. Gans (portret) is inmiddels de zesde generatie.